De volgorde van de berekening
Elke stap vormt de grondslag voor de volgende, en daarom verandert de volgorde het totaal:
douanewaarde (CIF) = goederen + vracht + verzekering invoerrecht = douanewaarde × tarief btw-grondslag = douanewaarde + invoerrecht invoer-btw = btw-grondslag × btw-tarief landed cost = goederen + vracht + recht + kosten (+ btw indien niet terugvorderbaar)
Twee punten verrassen geregeld. Het invoerrecht slaat niet alleen op de leveranciersfactuur maar ook op de vracht tot de grens: duurdere vracht betekent hogere rechten. En de btw wordt bovenop het recht berekend, dus u betaalt inderdaad belasting over een belasting.
Douanewaarde berekenen: wat erin zit en wat niet
De douanewaarde is de grondslag waarover invoerrechten worden geheven, en daarmee het getal waaraan al het andere hangt. De calculator hierboven leidt hem af uit uw invoer; wie hem met de hand wil controleren, heeft de regels erachter nodig.
Bepalend is de transactiewaarde: de werkelijk betaalde prijs van de goederen, plus de kosten tot de plaats waar ze de EU binnenkomen. In de praktijk is dat de CIF-waarde.
Douanewaarde = goederenprijs + vracht tot de EU-grens + verzekering + bijkomende vervoerskosten
Wel meetellen onder meer vervoer en verzekering tot de grens, verpakkingskosten, provisies met uitzondering van inkoopprovisie, en royalty’s die u als voorwaarde van de koop betaalt.
Niet meetellen vervoerskosten na binnenkomst in de EU voor zover apart vermeld, de invoerheffingen zelf, montage en onderhoud na invoer, en kortingen die daadwerkelijk zijn verleend.
Twee punten kosten in de praktijk geld. Dure vracht verhoogt de douanewaarde en daarmee het invoerrecht — de vrachtfactuur hoort bij de grondslag, niet bij de bijkomende posten. En de douane rekent vreemde valuta om tegen een officiële maandkoers, niet tegen de koers van uw bank: bij bewegende koersen wijkt de aangegeven waarde af van de geboekte.
Uitgewerkt voorbeeld
€ 10.000 aan goederen gekocht in China, € 1.400 zeevracht, € 100 verzekering, een invoerrecht van 4,7 %, levering in België, 500 stuks:
- douanewaarde: 10.000 + 1.400 + 100 = € 11.500
- invoerrecht: 11.500 × 4,7 % = € 540,50
- btw-grondslag: 11.500 + 540,50 = € 12.040,50
- invoer-btw tegen 21 %: € 2.528,51
- landed cost zonder terugvorderbare btw: € 12.040,50
- per stuk: € 24,08
De prijs aan de leverancier was € 20 per stuk. De werkelijke kost is € 24,08, twintig procent meer — en het is op dat cijfer dat een marge wordt berekend, niet op de € 20.
Waarom de kost per stuk de terugvorderbare btw niet meetelt
Een btw-plichtige onderneming trekt de invoer-btw af: die gaat de kas uit en komt bij de volgende aangifte weer binnen. Ze in de kostprijs opnemen zou de verkoopprijs opblazen op basis van een bedrag dat u wordt teruggegeven.
Het blijft wel een echte liquiditeitskwestie: in het voorbeeld hierboven is dat € 2.528 voorschieten voordat er iets verkocht is. In België neemt de vergunning E.T. 14.000 dat voorschot weg: de invoer-btw wordt verlegd naar de periodieke aangifte en daar meteen afgetrokken. Nederland heeft met artikel 23 een vergelijkbare regeling.
Kunt u ze niet terugvorderen — kleineondernemingsregeling, of aankoop als particulier — vink het vakje dan uit: dan wordt ze weer een zuivere kost.
Wat deze calculator niet dekt
Antidumpingrechten, die bovenop het gewone recht komen bij bepaalde producten en oorsprongen en meer dan 50 % kunnen bedragen. Ze zijn in TARIC te controleren op goederencode en land van oorsprong.
Het koolstofgrensmechanisme (CBAM), dat staal, aluminium, cement, meststoffen, waterstof en elektriciteit raakt, met eigen rapportageverplichtingen.
Binnenlandse heffingen — accijnzen op alcohol en tabak —, opslagkosten wanneer een zending blijft staan, en de bijdragen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid op verpakkingen, die niet onder de douane vallen maar toch bij de importeur terechtkomen.
En de verlaagde tarieven: de calculator neemt het standaardtarief van het land van bestemming, terwijl sommige goederen tegen een verlaagd tarief worden ingevoerd. Wat waar geldt, staat in de tabel met btw-tarieven in de EU.
Veelgestelde vragen
Ja. De douanewaarde is de CIF-waarde: goederen, vracht en verzekering tot de EU-grens. Duurdere vracht verhoogt dus automatisch de rechten.
Omdat de grondslag van de invoer-btw is gedefinieerd als de douanewaarde vermeerderd met de rechten en de bijkomende kosten tot de plaats van bestemming. U betaalt dus belasting over een belasting: tegenintuïtief, maar zo staat het in de regels.
In de TARIC-databank van de Europese Commissie, op goederencode van tien cijfers en land van oorsprong. De hier aangeboden tarieven zijn ordes van grootte per groep: gebruik ze om te ramen, en TARIC voor het exacte cijfer.
In België niet als u de vergunning E.T. 14.000 hebt: de btw wordt dan verlegd naar uw periodieke aangifte en daar meteen afgetrokken, zonder betaling aan de grens. Niet elke lidstaat werkt zo, en dat weegt mee bij de keuze waar u inklaart.
Alleen bij zeer kleine zendingen: onder € 150 intrinsieke waarde gelden geen invoerrechten, maar btw blijft verschuldigd. Bij een container speelt hij uiteraard niet. De details staan op invoer-btw onder € 150.