Wanneer het platform de btw verschuldigd is, en niet u

Sinds juli 2021 kan een online marktplaats worden behandeld alsof zij uw goederen heeft gekocht en doorverkocht, uitsluitend voor de btw. Gebeurt dat, dan rekent het platform de btw aan en draagt die af, en verdwijnt uw verkoop aan de klant uit uw aangifte — vervangen door een levering aan het platform tegen nultarief. De regel is mechanisch, ze steunt op feiten die u al kent, en ze verrast verkopers omdat ze op een deel van hun orders van toepassing is en op de rest niet.

De twee situaties die haar in gang zetten

Het platform wordt fictieve leverancier in precies twee gevallen. Beide veronderstellen een verkoop aan een particulier, niet aan een onderneming.

1. Ingevoerde goederen in een zending tot € 150. Goederen die vanuit een derde land naar een Europese consument gaan, waar de verkoper ook gevestigd is. Dit is het geval dat samengaat met IOSS — zie invoer-btw onder € 150.

2. Goederen die al in de Unie liggen, verkocht door een niet-EU verkoper. Elke waarde, geen drempel. Een Chinese of Britse verkoper met voorraad in een Duits magazijn die aan een Belgische consument verkoopt via een platform: het platform is de btw verschuldigd.

Al de rest blijft van u. Een in de Unie gevestigde verkoper die Europese voorraad naar een Europese consument stuurt is het gewone geval: het platform is alleen een platform, het neemt zijn commissie en aan de btw verandert niets.

De tabel die het beslist

Verkoper gevestigdGoederen liggenKoperWie is de btw verschuldigd
EUEUParticulierU — OSS of een lokale registratie
EUBuiten de EU, zending ≤ € 150ParticulierHet platform
EUBuiten de EU, zending > € 150ParticulierU, of de koper bij invoer
Niet-EUEUParticulierHet platform, elke waarde
Niet-EUBuiten de EU, zending ≤ € 150ParticulierHet platform
IedereenOveralOnderneming (geldig btw-nummer)U — nooit het platform

Lees de laatste rij twee keer. De regels dekken alleen B2C. Een B2B-order via hetzelfde platform, op dezelfde dag, uit hetzelfde magazijn, is volledig aan u om te verwerken — meestal met btw-verlegging als de klant in een andere lidstaat zit.

Een raster van zes vakken waarin de vestigingsplaats van de verkoper wordt gekruist met de plaats waar de goederen liggen: het platform is de btw verschuldigd in drie van de zes — invoer tot 150 euro in beide gevallen, en goederen in de Unie verkocht door een verkoper die buiten de Unie is gevestigd. In de andere drie is de verkoper het. Een balk eronder voegt toe dat een B2B-verkoop met geldig btw-nummer altijd van de verkoper is, nooit van het platform.
« Het platform betaalt » is geen regel — het zijn drie vakken van de zes.

Wat het met uw eigen cijfers doet

Is het platform fictieve leverancier, dan wordt de ene verkoop voor de btw in twee gesplitst: u levert aan het platform, het platform levert aan de klant. Uw been is vrijgesteld met recht op aftrek, wat betekent dat u uw voorbelasting nog steeds terugvraagt.

Drie gevolgen die in de praktijk opduiken:

Uw omzet krimpt niet, uw verschuldigde btw wel. Het geld komt nog steeds binnen. Wat verandert is dat geen euro ervan btw is die u moet afdragen. Wie zijn boeken sluit door alleen naar de verschuldigde btw te kijken, besluit dat er een boekingsfout is waar die niet is.

De OSS-drempel wordt niet geraakt zoals men denkt. Fictieve leveringen zijn niet uw afstandsverkopen, dus tellen ze niet mee voor uw € 10.000 — maar uw eigen niet-fictieve verkopen wel. Verkoopt u zowel via een platform als via uw eigen webshop, dan telt alleen de tweede stroom. De OSS-drempelcalculator is voor die tweede stroom, en alleen daarvoor.

De registratie kan nog altijd nodig zijn. Voorraad in een andere lidstaat aanhouden vraagt daar een lokaal btw-nummer, of het platform op de verkopen daaruit nu de btw-plichtige is of niet. De regel verschuift de schuld op de verkoop, niet de verplichting die uit de voorraad ontstaat — dat is het onderscheid uit OSS of lokale btw-registratie.

Waarom uw marge er niet beter van wordt

De meest voorkomende misvatting is dat dit statuut een besparing is. Dat is het niet. De klant betaalt dezelfde brutoprijs en dezelfde btw gaat naar dezelfde schatkist; alleen de partij die afdraagt verandert.

Wat wél verandert is uw kasstroom, en meestal ten goede: u ontvangt het nettobedrag en houdt de btw nooit vast, dus er is geen kwartaaluitstroom van geld dat u tijdelijk bewaarde. Lijken uw uitbetalingsoverzichten plots kleiner dan vorig jaar bij hetzelfde volume, dan is dit normaal de verklaring: de btw wordt vóór de uitbetaling afgetrokken in plaats van erna.

De commissieberekening verandert in beginsel niet, maar loopt in de praktijk makkelijk mis, omdat de commissiegrondslag het brutobedrag kan zijn terwijl uw opbrengst het netto is. Ga na welk van de twee uw platform gebruikt vóór u kanalen vergelijkt: de FBA-calculator en de Allegro-calculator laten u de grondslag om precies die reden uitdrukkelijk instellen.

Wat het platform van u zal vragen

Het kan de regel niet toepassen zonder drie dingen te weten, en het haalt ze bij u op of u ze vrijwillig geeft of niet: waar u gevestigd bent, waar de goederen vandaan verzonden worden, en of de koper een geldig btw-nummer heeft gegeven.

De vestiging is wat verkopers verkeerd inschatten. Het is niet waar uw vennootschap op papier is ingeschreven — het is waar u de menselijke en technische middelen hebt om leveringen te verrichten. Een niet-Europese vennootschap met een magazijn maar zonder personeel in de Unie is doorgaans nog steeds niet-EU gevestigd, wat haar in het regime van de fictieve leverancier houdt. Dit fout invullen in uw verkopersaccount levert maanden btw aan de verkeerde kant op voor iemand het merkt.

Houd de kwalificatie van het platform en uw eigen boeken op één lijn. Wijken ze af, dan vraagt de administratie aan u en niet aan het platform waarom uw aangifte niet overeenstemt met de gegevens die ze al heeft. En ze heeft ze: sinds 2023 verplicht de DAC7-richtlijn platforms om jaarlijks de identiteit van verkopers en de omvang van hun verkopen te rapporteren, in België aan de FOD Financiën. U ontvangt daarvan normaal in januari een afschrift; leg het naast uw boekhouding voordat de administratie dat doet.

Bij bol.com merkt u dat het scherpst, omdat het platform Belgische en Nederlandse kopers door elkaar bedient vanuit dezelfde catalogus. Twee orders op dezelfde dag kunnen fiscaal verschillend uitpakken op grond van niets anders dan het afleveradres — en de verkoopdata die u exporteert vermelden dat wel, uw aangifte alleen als u erop sorteert.

Waar de regel stopt

De regels gaan over goederen. Diensten die via een platform worden verkocht, volgen de gewone regels over de plaats van dienst, met een afzonderlijk — en ouder — vermoeden voor elektronisch verrichte diensten, waarbij het platform als dienstverrichter geldt tenzij het noch de betaling noch de levering goedkeurt.

Ze gaan ook over marktplaatsen, dat wil zeggen platforms die de levering faciliteren. Een webshop op gehuurde gehoste software is geen marktplaats: niemand faciliteert uw verkoop behalve u. Verkopers op hun eigen winkel gaan er soms van uit dat deze regels hen beschermen en dienen niets in.

Veelgestelde vragen

U. U bent in de Unie gevestigd, de goederen liggen in de Unie, dus ontstaat er geen fictieve levering: dit is een gewone afstandsverkoop, geregeld via OSS zodra u de € 10.000 voorbij bent of vrijwillig toetreedt.

Ze werken samen. Voor ingevoerde zendingen tot € 150 die via een marktplaats worden verkocht, is de marktplaats fictieve leverancier en wordt normaal haar IOSS-nummer gebruikt. Voor dezelfde goederen via uw eigen webshop zou u uw eigen IOSS-registratie nodig hebben.

Nee. Het zijn voor de btw niet uw afstandsverkopen. Uw andere grensoverschrijdende B2C-verkopen tellen wel mee, dus een verkoper dicht bij de drempel moet de twee stromen apart bijhouden in plaats van één totaal van een dashboard te lezen.

De status wordt bepaald op het tijdstip van de levering, op de gegevens die het platform toen had. Een nummer dat later wordt aangeleverd, maakt van een B2C-verkoop niet met terugwerkende kracht een B2B-verkoop; het is een correctie tussen u en de klant, gewoonlijk met een creditnota en een nieuwe factuur.

Voor uw been naar het platform wel, en die is vrijgesteld met recht op aftrek. De factuur aan de consument moet het platform uitreiken. Daarnaast uw eigen btw-factuur aan die consument uitreiken zou de belasting twee keer aanrekenen.

Officiële bronnen

Tools hiervoor

Meer over dit onderwerp